De zoute kwel
Geboren om alleen te sterven Staat hier in de toog gekerfd Het altaar van de schrale waard In zijn schuilkerk aan de werf De Jajempriester, Jajempriester Herder van het linkerpad De Jajempriester, jajempriester Dat kronkelt door de binnenstad Een ongelikte klantenkring Van smotsigste verdriеtverdrinkers Messеntrekkers, bekkensnijders Gajes en ellendelingen De Jajempriester, jajempriester Verdooft ons heden van de pijn De Jajempriester, jajempriester Met opium en terpentijn Gelittekend door pest en pokken Opgefokte incestkoppen Door de sloeries in de koer Voor twee stuivers afgetrokken De Jajempriester, Jajempriester En zijn concilie van schlemielen De Jajempriester, Jajempriester Elk betaalt hier met zijn ziel De zware nacht, het rotte bocht Dat schiftend klotst in ieders trog Met elke teug een ademtocht Die stokt in het blind makend vocht
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
In het nachtland Aan de zelfkant Achter het masker Van rust en van rede Vreet de onvrede Met knarsende tanden Wanen en angsten Zonder bestand Krassen de messen In geest en in vlees Eist het beest zijn plek Kwijlt het venijn In speeksel van pekel Brandend als maagzuur en pek Kraken de kaken Schuimbekt de gekte Affreus, infaam, abject Onder het smoelvel Van kalmte met mate Krioelen, knagen De wormen, de maden In de mistwereld Tussen slapen en waken Kermt het in kerkers Vol ogen en haken Hangen karkassen Aan galgen en raden Gerekt, gegeseld, gebrandmerkt Met withete zegels Verminkt en getekend De molensteen om de nek Levend verrottend In de afgrond getrokken Affreus, infaam, abject Met sedatieven Mantels der liefde Worden gapende gaten bedekt Holle frasen Listen en lagen Affreus, infaam, abject
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Vuil verstopt in diepe wonden Onder beton en glas en staal Vergeten knekels ooit gehekeld Van Utrecht Centraal Knoken lang gebroken Gebeente nooit beweend Bij leven al van licht verstoken En geluk gespeend Het gilde van de zwarte gal In al het oude zeer versteend De lach lang voor het graf gesmoord Slechts een schedеlgrijns van oor tot oor Gekwelde ziеlen, dode sporen Al dolend bij geboorte Melancholieken, maanzieken Voor verlossing lang verloren Vol schrik in het bestaan verstrikt De kolder niet te smoren Met ijsbad en met aderlating Een zinloos lot beschoren Moegetergd onder het zwerk Zwoegend in de wroeging Ontuchtigen, drankzuchtigen Die handen aan zichzelf sloegen Baliekluivers, opiumschuivers Lichtekooien, de pooiers en schooiers Morfinespuiters en goedkope lijmsnuivers De mismaakten, melaatsen, met naalden geïnkten De zelfverminkers en spiritusdrinkers Godslasteraars, afgodendienaars Sodomieten en Utrechtenaars De schare ontaarden van Floraboomgaard De naar pis stinkenden, de Christusverlinkers De zelfverminkers en spiritusdrinkers
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Opschuimend uit de krochten Uit het kontgat van de stad Het riool der Zeven Steegjes De klompvoet van de Oude Gracht Langs de lange rechterpoot Naar de kloten, recht omhoog Voorbij de duivelssteen des aanstoots Tot de gore oksel van het Buurkerkhof Dan links de bocht En voort die tocht Volmaak het stokoud stratenplan Van grauw Trajectum De stappen van de Bijlman Volg en door Het spoor van lijkstank De botten van de Bijlman Wankel, kruip Rochel, stuip De laatste dodengang Op ziek tandvlees Laatste benen Ranke schreden op de snede Van het Paardenveld, de scherpe rand Blad van de bloedstad Het houwen van de Bijlman Rond de gure rotkop van het Sticht Rochel de Janskerk in het gezicht Dan naar het zuiden, wederom Draaf een staak diep in de Dom De dood roept al, gestaag omlaag De drek drijft vaak in deze plaats Zak de gracht af tot de laatste werf Sterf met de Bijlman op het Ledig Erf
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Het spook bij het boeisel Vale schim op de plecht Zout bijt in mijn ogen Als ik tegen de slaap vecht Ik zag hem in tergende dromen Nu zie ik hem echt Hij waart op het bakdek Deze geest voor de mast Gezichtenloos starend Vanonder zijn kap Het zand staat stil in het uurglas Mijn wacht voor eeuwig Als de nacht Dolend buiten de lichtkring Van de vlam van de traanlamp De Bakboordshand De Bakboordshand Waarin het bootsmes blikkert De Bakboordshand Het schip in mist gehuld Sinds hij de plank op kwam Ik heb mijzelf aan de helmstok gekneveld Gekweld door zijn stem Een voor een mijn bemanning verdwenen Ik vaar nog alleen met hem Zijn koers is de mijne Op een reis zonder eind Naar gene zijde En zeeën van tijd Als schipper naast god Mijn kapitein Een jammer verloren Niet langer bestaand Zonder land, zonder haven En zonder naam In rafels de bloedwimpel wappert Aan de bezaan Versteend op de kampanje Een levend lijk staand op de schans De Bakboordshand De Bakboordshand Ik ben zijn stuurman De Bakboordshand Voorbij de horizon De rand van het verstand Vervloekt om te varen Als honden te zwerven Verhongerd en dorstend Doch nooit mogen sterven Een pens klotsend van spijt Van bocht en zweren Thuis lang vergeten Niets om naar terug te keren
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Winternachten lengen De schaduw keert terug Op afgelegen wegen Van de heuvelrug In dorpen in de bossen Waar de mores voortbestaan Kettinghonden grommen Naar de halve maan Achter dikke luiken Bij het blakerlicht Beneveld van de miswijn Toont Jehova zijn gezicht Grijpt de ouderling Onder rok en laken Lilt het christеnvlees Tot berstens toe gеslagen Bijbelgordelgesel Gods woord met het zweepkoord Rijt het zondig vel Bijbelgordelgesel De rotting van de kansel Als de ezelin van Bileam Verschopt, getuchtigd, afgeranseld Flambouwen in de vrieskou Ruggen naakt in rode gloed Maagden aan schandpalen Psalmen en de roede De parochie schreeuwt om boete Om striemen en om gutsend bloed In aanroeping en jammerklacht Het slachten van het lam Behaagt zich Jahwe De jaloerse heer van Abraham Lijfstraffen en brandoffers Bij dageraad verzwegen Uit het oude testament Van een god die niet vergeeft Bijbelgordelgesel Pijn beheerst het aanschijn Met de karwats als kerkgezel Bijbelgordelgesel Het leven is slechts lijden Alleen de zegen van de vlegel En pijn kan bevrijden
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Gevangen in het groffe canvas En goedkoop pigment In muffe lucht en lelijkheid Van burgersentiment Ogen zonder mededogen Die je door de kamer volgen Stil verlangend naar de vlammen Waarin alles wordt verzwolgen Met betraande wangen In rijtjeshuizen hangend Verhuld in onschuld En vals geduld Vol verachting De nacht afwachtend Tot plotsеling De kinderen brandеn In spaanplaat lijsten vastgespijkerd Smeulend sinds de jaren vijftig Een kaars flakkert Een gordijn wappert Bij de gaskachel En de schemerlamp In oude panden In nicotinedampen Het vuur ontwaakt En de kinderen branden Een avond valt Tussen dronkenmansgelal Waar door de stad De roep om water schalt Stemmen klinken hees De straat stinkt Naar schroeiend vlees Mistig grijs de ochtendstond De smaak van zwavel in de mond Het krijsen eindelijk verstomt Tussen de schade en de schande De lijken en verkoolde spanten Waar men het bewijs terugvond Van de kinderen die brandden
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Mijn harses op het hakblok Geknield op het schavot Te midden van het jouwend grauw Joelend om mijn kop Verketterd en verloochend Beschimpt door het gepeupel Ik richt nog een keer mijn gezicht op Met een opdracht voor mijn beul Maak het kort Vort, maak het kort Draal niet, lamstraal Sla hard en diep Doe krek je werk Waarvoor ik je betaal Bezegel mijn lot Ontwortel mijn schedel Leg die bijl in mijn nek Maak het kort Ondankbare honden Secreten, sartrapen Moederneukers Laffe verraders Goedkope hoeren Addergebroed Jullie allen vervloeken Het laatst wat ik doe Achterbaks galgenaas Schurftige dazen Minder dan stront Onder mijn laarzen Met de dood in de ogen Vrij onverveerd Schijt ik op dit land Zijn volk en zijn heer Maak het kort Tevenjong, maak het kort Maak voort en hak door Mijn wervelkoord In de tijd die jij neemt Had ik er al zes vermoord Beëindig mijn schande Pak die aks en verman je Maak het kort, maak het kort
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026
Kruistekens slaand in smeekgebeden Koortsig waakt de goedgemeente In de februaristorm Het water kwelt Het water komt Schonkig vee en schamel huisraad Verschanst op zolders Van de pauperhoeven hier In de laaggelegen polder Neerstroom en kistwerk Stuwt tegen de wering Kalft de laatste klei Van de uitgeholde kеring De dam staat op kraken Tegеn het rijzend getij Verzakt langzaam Begint te schuiven De dijk bezwijkt Ondertunneld, ondergraven Een wankel fundament Ondanks de wilgenmatten en de zandzakken Nat verzadigd tot de kern Noodklokken luiden De mensenschaar vlucht van de braak De rivier neemt haar bezit Verzwelgt de godvergeten waard Een ijzig grijze vloedgolf Die alles wegvaagt op zijn pad Man en muis verzuipt In het kolkend gat Kerktorens als verloren bakens Wankel in het schuimend brak Kadavers drijven tussen daken In het kolkend gat
Submitted by Iron_Wraith — Jun 13, 2026