De Verboden Diepte II: De Weg Van De Meeste Weerstand
Daar in de diepte zo ver onder de wereld vond ik dat wat mij riep. Een groot, machtig wezen onzichtbaar voor menselijke ogen. Twee grote armen behelsden een pilaar wiens hoogte geen einde had. Het was hij die de wereld droeg. Het was de laatste god. Een boze, zwoegende god. Zijn benen verdwenen in de muilen van twee gigantische slangen, wier verwikkelde lichamen al kronkelend in de oneindigheid leken te verdwijnen. Bloed welde daar waar gruwelijke slangen tanden in huid beten. Hij keek mij aan toen ik naderde. Hij keek mij aan en zijn ogen spuwden vuur. Wie heeft het lef om mijn domein te betreden? Wie nadert mij nu? Ik zie je staan! Ik zie jou! Ik herken in jou de belichaming van een strijder! Denk jij omdat je kracht hebt, jij waardig bent? Denk jij omdat je een zwaard kunt zwaaien jij mijn hallen mag betreden! Ik zie jou als onwaardig! Verklaar je nader! Verklaar je nu! Of ik verbrand je levend, Levend!" "Oh, hij die de wereld draagt! Ik kniel voor u in nederigheid. Omhul mij in uw vuur, neem mijn leven. Ik bén onwaardig. Mijn hart is zwaar van verlies. Ik heb mijn koning verraden, heb mijn broer bevochten, ben mijn legers verloren. Mijn familie is vermoord. Ik ben alles verloren, Omwille van de waarheid die ik zocht. Ik heb niemand meer! Ik geef mijn leven, mijn strijd is nu voorbij Mijn nalatenschap is tot stof geworden in mijn mond.” "Nu zie ik wie mij benaderd heeft!" Ik herken in jou de belichaming van waarheid! Nu zie ik wie hier voor mij staat! Ik herken in jou de spreker die nooit veinst! Denk jij omdat je verloren hebt en verraden bent, dat jij onwaardig bent!? Denk jij omdat je tegenslag kent en verslagen bent, jij geen leider kan zijn!? Het zijn de littekens op de ziel die de mens zijn wijsheid geeft, mits men de kracht heeft ze te dragen! Open je ogen! Het eerste, het tweede en het derde. Het vergt de redding van de enkeling, voordat de mensheid gered kan worden. Open je ogen, red jezelf en daarmee jouw volk! Open je ogen! Het eerste, het tweede en het derde." "Ik weiger! Zij verdienen beter dan een verliezer met een mes in zijn rug. Mijn lichaam is uitgeput en gebroken, Waarom valt deze last op mijn schouders?" "Want jij bent hier. De rest hoort mij niet. Er is niemand anders. Dít is het moment." Zijn armen trilde door eeuwige inspanning. De gruwelijke slangen, siste geërgerd. Hun tongen rood van het godenbloed. Kwade onsterfelijke ogen spuwden vuur. Ik trok de dolk uit mijn zij en wist wat ik moest doen. Mijn blik ging omhoog en ik begon met klimmen. "Ik keer terug! Horen jullie! Ik ben herboren en ik keer terug!"
Submitted by MetalElf — Jun 21, 2026
Deel I De thuiskomst.: De verboden diepte bracht mij terug. Ik ben thuis! Open de poorten! De meute liet mij geen weg uit. Kwispelende tongen, angstige ogen. Er was chaos in de straten en de menigte vocht. Weerwoorden, starende blikken. De wachters namen mij mee naar de hoge hallen. Daar waar mannen de wetten maakten, waar recht gesproken werd, waar veroordeeld werd. Galmende stemmen, rollende hoofden. Daar waar mijn vader de koning hof hield. Het hof van zichzelf feliciterende ja knikkers. Onder de banier van het gesloten oog. “Hier is waar ik mijn laatste woorden ga spreken.” Deel II De Audiëntie.: De koning sprak: "Mijn ogen verdragen jouw aanzicht nauwelijks. Wat maakte jou zo wijs dat je vertrok. Wat zag jij dat de rest niet zag. Oh grote held, je hebt de wachters vermoord, je familie verraden en je volgers laten sterven. Jij staat terecht voor misdaden tegen jouw koninkrijk! Voor moord, voor ketterij, voor verraad! Geef ons jouw verklaring en wij vellen ons oordeel! Weeg jouw woorden en spreek." "Hoor, hemelen, wat ik ga zeggen, luister aarde naar de woorden van mijn mond! Wij leven in duistere tijden! De mens leeft als wolven voor elkaar. Het ware woord mag niet gesproken worden in de naam van de koning. Er is door ons allen geen misdaad nagelaten in de creatie van dit koninkrijk. Het slaven bloed zit verweven in het cement van onze fundaties, onze torens en onze muren. Het zijn de eeuwige zonden waarvan geen ontsnapping mogelijk is, geen excuus geloofwaardig, geen verdriet voldoende. Zelfs al zouden wij deze muren ontvluchten, om ons te ontworstelen van dit kwaad. de heuvels in ver, weg van de koning. Zelfs dan worden we neergeslagen. De dorpen in de heuvels worden voor altijd verbrand door drakenvuur, geplunderd door onze vijanden, verlaten vanwege de droogte. Het zijn de eeuwige zonden waarvan geen ontsnapping mogelijk is, geen excuus geloofwaardig, geen verdriet voldoende. De weg van de minste weerstand, is niet de weg van de minste kosten. Het is tijd dat wij onze ogen openen. Het eerste, het tweede en het derde. Ieder mens is zijn eigen koning. De heilige wetten rusten bij het individu. De wereld is de onze om te redden. Voordat we allemaal ten onder gaan. Allemaal ten onder! Deel III Volks Gerechtigheid.: Consternatie maakte zich meester van het hof. Sommigen verlieten weerbarstig de hal. Andere deden beschuldigden, scheldend, dikke aders op rode nekken. Velen staarden met een lege blik. Buiten stond een menigte te wachten. Boze, duistere blikken. Geïmproviseerde wapens. “Zie hier, hij die alles ziet!" "Onze grote held!” “Wie gaat u vandaag redden, hoogheid?” “Hij zegt dat onze ellende onze eigen schuld is! Makkelijk gezegd door iemand die in rijkdom geboren is!” “Grijp hem! Knevel hem!” “Steek hem neer!” “Hoerenzoon!” “Snij zijn tong er uit!” “Wraak voor de wachters!” “Steek zijn ogen uit!” “Castreer hem!” “Snijd zijn pik er af!” Mijn derde oog zag wat mensen ogen niet meer konden. Roestige messen vraten zich in vlees. Ingewanden, verspreid als een web over de meute. Iets wat ogen moeten zijn geweest, werden rond gegooid. “Is dit nu degene die de aarde schokte? Is dit degene die het koninkrijk angstig maakte?” Er waren geen mensen meer die juichten. Wie kon nam een aandenken van de slachting mee naar huis. Deel IV Epiloog.: De mens is een star en weerbarstig volk. Het verleden wordt graag vergeten of verdraaid. Tot de leugens ons verstrengelen en men wakker wilt worden. Maar dan zal het te laat zijn en een miljoen doodgravers zullen niet genoeg zijn om de doden ter aarde te brengen.
Submitted by Iron_Wraith — Jun 06, 2026